Op 30 januari 2018 heeft de Staatssecretaris van Financiën een besluit genomen inzake het eigenwoningverleden van partners. Op verzoek van beide fiscaal partners gaat het eigenwoningverleden van de ene partner voor de helft over op de andere partner. Een aanwezige eigenwoningreserve, aflossingsstand, het aantal maanden dat reeds renteaftrek is genoten en het recht op toepassing van het overgangsrecht wordt tussen beide partners gelijk verdeeld. Het gevolg van deze toedeling is dat geen renteaftrek meer onnodig verloren gaat.

Partners kunnen bij gezamenlijke aankoop van een eigen woning ervoor opteren om een soort ‘boedelmenging’ toe te passen voor de eigenwoningreserve, aflossingsstand, het recht op toepassing van het overgangsrecht en het aftrekverleden. In de Wet inkomstenbelasting 2001 geldt de situatie van boedelmenging alleen als dit een gevolg is van het aangaan van een huwelijk dat het eigenwoningverleden van de ene partner voor de helft overgaat op de andere partner. Voor het Besluit was er een interdepartementaal verschil van mening over de Eigenwoningreserve en boedelmenging: de Staatssecretaris van Financiën gaf aan dat de Eigenwoningreserve verbonden blijft aan de belastingplichtige en niet over gaat bij boedelmenging en de Minister van Wonen en Rijksdienst die het tegenover gestelde beweerde.

De goedkeuring geldt met ingang van belastingjaar 2013 met de volgende voorwaarden:

  • De partners kopen de eigen woning voor 50-50% verhouding aan en gaan ook de schulden voor eigen woning in die verhouding aan;
  • De partners doen een beroep op de goedkeuring door de eigenwoningreserve en de eigenwoningrente in deze verhouding op te nemen in hun aangifte;
  • Beide partners gaan akkoord met de toepassing van de goedkeuring door deze als zodanig op te nemen in de aangiften in latere jaren. Deze verdeling kan daardoor niet meer worden teruggedraaid in latere belastingjaren.

Advies nodig? Neem contact met ons op.