Nieuwe tarieven IB/PVV

Per 1 januari 2018 hebben ondernemers die via een eenmanszaak, vof of maatschap hun onderneming drijven naar verwachting te maken met de volgende tarieven in box 1 voor de inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen (IB/PVV).

Tarieven box 1 ondernemer jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd

Begin schijf  Einde schijf  Percentage IB/PVV
€ 0 € 20.142 36,55%
€ 20.143 € 33.994 40,85%
€ 33.995 € 68.507 40,85%
€ 68.508 51,95%

Tarieven box 1 ondernemer AOW-gerechtigde leeftijd of ouder, geboren na 1 januari 1946

Begin schijf  Einde schijf  Percentage IB/PVV
€ 0 € 20.142 18,65%
€ 20.143 € 33.994 22,95%
€ 33.995 € 68.507 40,85%
€ 68.508 51,95%

Tarieven box 1 ondernemer AOW-gerechtigde leeftijd of ouder, geboren vóór 1 januari 1946

Begin schijf  Einde schijf  Percentage IB/PVV
€ 0 € 20.142 18,65%
€ 20.143 € 34.404 22,95%
€ 34.405 € 68.507 40,85%
€ 68.508 51,95%

Let op!

Een negatief inkomen uit eigen woning is effectief aftrekbaar tegen maximaal 49,45%.

Verruiming eerste schijf Vpb

De eerste schijf van de vennootschapsbelasting (tarief 20%) wordt op 1 januari 2018 verruimd van € 200.000 naar € 250.000. Over de rest betalen vennootschapsbelastingplichtige lichamen in principe 25% vennootschapsbelasting.

EIA daalt naar 54,5%

De energie-investeringsaftrek (EIA) bedraagt sinds 1 juli 2017 55%. De EIA zal per 1 januari 2018 dalen met 0,5 procentpunt naar 54,5%.

Tip: Deze verlaging kan een reden zijn om een energie-investering niet uit te stellen tot 2018, maar al te doen in 2017.

Zakelijkheid besmette rechtshandeling

In beginsel kan een B.V. geen rente aftrekken over geld dat zij heeft geleend van een verbonden lichaam om daarmee een besmette rechtshandeling te financieren. Een manier om deze renteaftrekbeperking te ontlopen is door aannemelijk te maken dat zowel het aangaan van de schuld als de besmette rechtshandeling voor meer dan 50% heeft plaatsgevonden uit zakelijke overwegingen. Volgens de Hoge Raad voldoet een B.V. automatisch aan deze voorwaarde als de schuld aan het verbonden lichaam feitelijk is verschuldigd aan een derde. Vanaf 1 januari 2018 moet ook in dat geval de zakelijkheid van de rechtshandeling worden getoetst.

Let op! Een voorbeeld van een besmette rechtshandeling is het doen van een winstuitdeling aan een verbonden lichaam.

Tip: Het is wellicht mogelijk om de renteaftrekbeperking te omzeilen door het aangaan van een fiscale eenheid.

Aanpak dubbel verlies

Stel een holding vormt samen met een dochtermaatschappij (D1) een fiscale eenheid (FE). Binnen de FE zijn de verliezen van D1 binnen bepaalde grenzen te verrekenen met de winsten van de holding. Daarnaast heeft de holding een dochtermaatschappij (D2) buiten de FE. D2 heeft een vordering op D1, die door de verliezen van D1 in waarde daalt. Als de holding D2 liquideert, belandt het afwaarderingsverlies op de vordering op D1 in het verlies uit de liquidatie van D2. Dubbele verliesneming dus. Per 1 januari 2018 wordt deze dubbele verliesneming aangepakt.

Tip: Liquideer nog dit jaar dochtermaatschappijen buiten de FE met afgewaardeerde vorderingen op dochtermaatschappijen in de FE.

Einde dubbele afwaardering

Een holding kan geld uitlenen aan een dochtermaatschappij (D1) buiten de fiscale eenheid (FE), die het geld vervolgens weer uitleent aan een dochtermaatschappij (D2) die in dezelfde FE zit als de holding. Komt D2 in financiële problemen, dan kan de FE haar verliezen benutten voor verrekening. Daarnaast zal de vordering van D1 op D2 in waarde dalen en dit kan weer de waarde van de vordering van de holding op D1 doen dalen. Vanaf 1 januari 2018 kan de holding deze ‘dubbele afwaardering’ niet meer nemen.

Tip: Zorg ervoor dat nog dit jaar het dubbele afwaarderingsverlies tot uiting komt.

Geconstrueerd liquidatieverlies

Voor– en nadelen van deelnemingen worden bij de moedermaatschappij niet in aanmerking genomen. Een uitzondering hierop vormt de liquidatieverliesregeling. Deze realiseert dat de deelnemingsvrijstelling geen toepassing vindt op een verlies op een deelneming die is geliquideerd. Dit liquidatieverlies wordt vastgesteld op het opgeofferde bedrag minus de liquidatieuitkeringen uit de deelneming. De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 kent de liquidatieverliesregeling met een bepaling om geconstrueerde liquidatieverliezen te voorkomen.

Die regeling voorziet erin het liquidatieverlies bij de liquidatie van een tussenhoudster te verminderen met de waardedaling van een door die tussenhoudster gehouden deelneming die zich ‘sedert de verkrijging van de deelneming’ in die tussenhoudster heeft voorgedaan. De liquidatieverliesregeling wordt aangepast om een geconstrueerd liquidatieverlies te voorkomen. Om dergelijke toepassing van de liquidatieverliesregeling te voorkomen, wordt voorgesteld de wijze waarop het opgeofferde bedrag voor de ontvoegde dochtermaatschappij op het tijdstip van die ontvoeging wordt vastgesteld, aan te passen.

FBI en dividendbelasting

In de Fiscale vereenvoudigingswet (Fvw) 2017 staat voor de dividendbelasting een inhoudingsvrijstelling (die nog niet is ingegaan) voor opbrengsten die worden uitgekeerd aan lichamen die (gedeeltelijk) niet onder de vennootschapsbelasting vallen (plus voor vergelijkbare buitenlandse lichamen). Via de inhoudingsvrijstelling hoeft de inhoudingsplichtige bij de dividenduitkering of opbrengsten uit winstbewijzen of bepaalde hybride leningen geen dividendbelasting in te houden. Deze inhoudingsvrijstelling past echter niet in de systematiek van de afdrachtvermindering voor de fiscale beleggingsinstelling (FBI). De FBI kan gebruik maken van het nultarief voor de vennootschapsbelasting.

De FBI heeft ook recht op afdrachtvermindering van de dividendbelasting. Hiervoor is het noodzakelijk dat er dividendbelasting op de opbrengst wordt ingehouden. Bij toepassing van een inhoudingsvrijstelling gebeurt dat echter niet. De FBI wordt daarom als inhoudingsplichtige alsnog uitgesloten van de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor opbrengsten die worden uitgekeerd aan (deels) vrijgestelde lichamen.

Let op! Dit betekent dat de FBI dividendbelasting moet inhouden. 

Tip: De door een FBI ingehouden dividendbelasting kan door lichamen die (deels) niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen (en ook door daarmee vergelijkbare buitenlandse lichamen) wel op verzoek worden teruggevraagd.