Per 1 januari 2016 is er qua belastingen weer het één en ander gewijzigd. De in het vooruitzicht gestelde belastinghervormingen zijn er uiteindelijk niet gekomen, wel een forse lastenverlichting die meer een politieke achtergrond heeft. Wederom zijn er wijzigingen die de belastingwetgeving niet vereenvoudigen, maar volgens de wetgever onbedoeld gebruik of misbruik tegen gaan. We noemen hierna een aantal van deze wijzigingen.

Deelnemingsvrijstelling
Volgens de hoofdregel is de deelnemingsvrijstelling ( of deelnemingsverrekening ) van toepassing indien een BV 5% of meer van de aandelen in een andere (buitenlandse) BV bezit. Dividenden en verkoopwinsten worden dan bij de ontvangende BV vrijgesteld. Vanaf 1 januari 2016 geldt voor dividenden ( en vervangende inkomsten ) echter geen vrijstelling van belasting meer als de betalende BV deze in aftrek kan brengen van haar winst. Voor meegekochte dividenden/renten geldt dat deze bij de kopende BV belast zullen worden, hier zal bij de koop van aandelen opgelet dienen te worden.

Conserverende aanslagen
Bij emigratie wordt een conserverende aanslag belastingen opgelegd indien er sprake is van een aanmerkelijk belang ( bezit van 5% of meer in een BV ). Nederland wil zo haar heffingsrecht ten aanzien van de opgebouwde winstreserves/waarde veilig stellen. De conserverende aanslag werd alleen ingevorderd indien de winstreserves geheel of nagenoeg geheel werden uitgekeerd of de aandelen werden verkocht, en werd kwijtgescholden na 10 jaar. Voor conserverende aanslagen opgelegd voor emigraties voor 15 september, 15.15 uur, blijft dit gelden. Voor emigraties daarna echter zal de conserverende aanslag ingevorderd worden bij een winstuitkering ongeacht de hoogte daarvan, tenzij er over deze winstuitkering ( in het buitenland ) daadwerkelijk belastingen worden betaald. Daarbij vervalt de conserverende aanslag niet meer na 10 jaar.

Eigen woning
Per 1 januari 2013 zijn er wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de renteaftrek voor de eigen woning. Renteaftrek is alleen mogelijk als binnen 30 jaar de lening wordt afgelost volgens een bepaald aflossingsschema. Houdt men zich niet aan de aflossingen volgens dit schema, dan verhuist de schuld naar box3 en is renteaftrek niet langer mogelijk. Verder geldt er een meldingsplicht voor schulden voor de eigen woning die zijn aangegaan bij familieleden en de eigen BV. Voor op die datum bestaande eigenwoningschulden geldt overgangsrecht. Dat geldt ook voor nieuwe schulden aangegaan voor de herfinanciering van een reeds voor 1 januari 2013 bestaande eigenwoningschuld.

Per 1 januari 2016 is er een tweetal verzachtingen ingevoerd. De overgang naar box3 bij een betalingsachterstand is niet langer definitief. Renteaftrek is weer mogelijk nadat de aflossingen volgens het aflossingsschema zijn ingehaald. Verder kan de meldingsplicht voor de eigenwoningschuld bij familieleden of eigen BV in de aangifte inkomstenbelasting worden gedaan.

Kinderalimentatie
Vanaf 1 januari 2015 is aftrek voor kinderalimentatie niet meer mogelijk. Dat betekent echter dat de waarde van deze verplichting wel als een schuld in box3 meegenomen kan worden vanaf die datum.
Vanaf 1 januari 2017 wordt deze aftrek als schuld in box3 afgeschaft. Verwerken in de aangiften 2015 en 2016 is dus wel nog mogelijk.

Systeem box3
Per 1 januari 2017 wordt het systeem van heffing in box3 gewijzigd. In het huidige systeem wordt over de waarde van uw vermogen in box3 ( bezittingen minus schulden en vrijstelling ) een fictief inkomen berekend van 4%. Over dit fictief inkomen betaalt u belasting tegen een tarief van 30%. Zo komen we aan de box3 belasting in de volksmond van 1,2%. Vanaf genoemde datum zal er een hoger percentage voor het fictieve inkomen gaan gelden bij een hoger vermogen. Het laagste percentage wordt 2,9%, en het hoogste 5,5%.

Bij de lage rendementen van de afgelopen jaren kon het voordelig zijn om ( een deel van ) het box3 vermogen in te brengen in een eigen BV. De belastingdruk van 20% vennootschapsbelasting en de contante waarde van de aanmerkelijk belangbelasting bij winstuitkeringen was dan lager dan de belasting in box3. Ook werd gebruik gemaakt van buitenlandse beleggingsvehikels en zogenaamde Vrijgestelde Beleggingsinstellingen ( VBI ), die geen of een lager tarief voor de vennootschapsbelasting kennen, maar waarbij wel jaarlijks 4% van de waarde van de aandelen fictief als dividend wordt aangemerkt waarover de 25% aanmerkelijk belangbelasting verschuldigd is. Per 1 januari 2017 wordt dit fictieve rendement ook verhoogd naar 5,5%.

Echter indien de rendementen ongewijzigd laag blijven, blijft het mogelijk voordelig om voor een BV vorm te kiezen. Vanwege het belastingvoordeel, maar ook vanwege mogelijke “flankerende” voordelen zoals lagere bijdragen in de kosten van verzorging in een verzorgingstehuis.

Afschaffen VAR
Per 1 april 2016 wordt de VAR naar alle waarschijnlijkheid afgeschaft. Indien u derden inhuurt, en voor de zekerheid dat u terecht geen inhoudingen en afdrachten doet een VAR verlangt, zult u tijdig aan de belastingdienst ter goedkeuring een overeenkomst dienen te overleggen. Er bestaan ook reeds door de belastingdienst gepubliceerde voorbeeldovereenkomsten. Hetzelfde geldt als uw opdrachtgever aan u een VAR heeft gevraagd. Wij kunnen u behulpzaam zijn bij het opstellen van een overeenkomst en indien nodig deze afstemmen met de belastingdienst.

Wist U?
Dat wij ook adviseren bij de aan- en verkoop van bedrijven. U kunnen helpen bij de waardering, en voorkomen van fiscale en juridische valkuilen. Daarbij ook aandacht schenken aan de emotionele kanten van een bedrijfsopvolging. Indien u hier meer informatie over wilt, neem dan met ons contact op.